JOIN THE MAILING LIST  

brusselnieuws.be
FAB - 12 september om 20.30 uur Georges Tonla Briquet 2009
Achter het acroniem Fab schuilt de Belgische muzikant-geluidstechnicus Fabien Van der Stappen. Negen jaar geleden ruilde hij Brussel in voor Chicago. In 2005 verscheen zijn eerste soloplaat ‘I Didn’t Choose The Mood’ waarop hij traditionele countryblues verrijkte met Hammondklanken, scratching-effecten en stemverbuigingen aan de hand van technische trucjes. Alsof Tom Waits, G. Love, Serge Gainsbourg en Tony Joe White zich samen te pletter zopen in een bar ergens in een godvergeten dorpje van de Mississippi-delta en dan de studio indoken.

Blues van de 21ste eeuw maar met een duidelijke link naar de roots. Zopas verscheen de opvolger ‘Incursions Ostentatoires’. De geslaagde formule van akoestische blues gekoppeld aan Hammond en lome zang wordt verder verfijnd. Opnieuw allemaal eigen werk maar deze keer gehuld in een extra donker voodoo sfeertje. Hedendaagse porchblues om te consumeren bij zonsondergang met een fles bourbon bij de hand.

Fabien heeft duidelijk zijn draai gevonden in Chicago, maar het was en is nog steeds hard knokken. “Indertijd had ik hier in België het gevoel dat ik rondjes draaide en met mijn muziek en mijn leven vastzat in een doodlopend straatje. Met mijn Gibson 345 onder de arm trok ik naar Chicago. Eerst werkte ik een hele tijd als bouwvakker en woonde ik in een smerige achterbuurt waar je elke nacht geweerschoten hoorde. Gedurende zowat een jaar verbleef ik illegaal in de Verenigde Staten tot ik mijn vrouw Susan ontmoette. Ondertussen hebben we twee kinderen en heb ik ook mijn eigen kleine studio en repeteerruimte. Aangezien ik mij wilde verdiepen in gospel zong ik twee jaar in het koor van de Baptist Church of Living Faith hier in Chicago. Daarnaast werk ik als geluidstherapeut met autistische kinderen en met volwassenen die lijden aan ADD of depressies en aanverwante verschijnselen. Je kan hierover meer vernemen via www.chicagosoundtherapy.com. Natuurlijk is er ook nog mijn eigen carrière. Het is niet eenvoudig, maar Chicago is een fantastische stad.”

Radio Campus Lille France
Victor Bouveron Septembre 2009
« La synthèse parfaite entre Robert Johnson, Serge Gainsbourg et Portishead. Fab mélange avec poésie le blues du Delta, le jazz et le hip hop. Un artiste envoûtant et avant-gardiste, à découvrir absolument ! »

Une saison très blues à Brassages
Marc Welsch L'Avenir
« Tout pour le blues. Voilà en quatre mots la philosophie de Jules Imberechts. « Parce que le blues est un élément essentiel du développement du mouvement jazz, résume-t-il. Lequel trouve ses racines aussi bien dans nos musiques traditionnelles que dans la tradition arabe Gnawa. Ce qui m'intéresse, c'est croiser ce patrimoine avec les acquis contemporains. » Cela ne le dérange nullement de faire alterner musiciens pros et amateurs : « Je crois que cela répond à l'attente des fidèles de notre centre culturel. En plus, je sais qu'ils apprécient le jazz sous toutes ses coutures, du blues acoustique au jazz folk, à moins que le jazz ne soit mêlé de harp bop ou de percussions africaines. » Son programme, le voici. Tout commence le vendredi 4 septembre, à 20h30. Brassages accueille Fab, autrement dit Fabien Van Der Stappen, un Belgo-américain qui vit et compose maintenant à Chicago. Ce bluesman pur jus privilégie les chaudes ambiances et les arrangements originaux. Il sera accompagné de quatre musiciens. Un découverte, assurément.”

BLUES WIRE – STEVE PASEK BIG PRODUCTION
If the guys from Portishead were smokin’ weed in the alley with Captain Beefheart and “wordjazz” master Ken Nordine outside of a Jimmy Smith show, and then decided to corral Smith for a jam at Nordine’s home studio, this is what I imagine the resulting recording would sound like.

Belgian-born Fabien Van der Stappen has been brewng an unusual blend of trippy, blues-influenced music for a number of years, experimenting by weaving familiar blues elements like slide guitar and harmonica into mixes that use classic hip-hop and trance as a base. The results here are a bit uneven, but never boring, and the recording has the spontaneous, improvised feel of a jam session, with all the good and band elements that entails. Some of the lyrical ideas could benefit from further fleshing out, as some of the vocal mantras border on Nordine’s “word jazz” abstractions both in content and in treatment. A few more Beefheart-like howls, wails, and growls would spice things up.

Incursions Ostentatoires is worth repeated spins, so spark one up, kick back and chill out with FAB. There is a planned Belgian tour, and have been a number of live performances as well in the Chicago area, so keep an eye out.

Travers Label-Jules Imberechts. July 2009
Début septembre paraît sur LABEL TRAVERS « Incursions Ostentatoires » la première sortie européenne de ce bluesman belge d’origine et qui vit et compose maintenant à Chicago.

De chaudes ambiances, des arrangements originaux et franchement contemporains font de cet ouvrage un grand chef d’œuvre de sensibilité et de musique.

ROOTSVILLE CD REVIEW
FAB noemt zichzelf een "hiphop blues band", maar in eerste instantie is het de artiestennaam en het project van de Franstalige Belg Fabien Van der Stappen. De man was jarenlang geluidstechnicus bij de Brusselse Botanique, geraakte op de job uitgekeken en trok, zoals in de verhalen, negen jaar geleden met de gitaar onder de arm naar Chicago. Daar leefde hij eerst illegaal, kwam aan de kost als bouwvakker voor een Poolse firma en ondertussen zong hij in een gospelkoor. Geleidelijk kwam zijn leven echter op de rails terecht: hij ontmoette een Amerikaanse vrouw, trouwde en kreeg twee kinderen en bezit ondertussen een eigen studio en platenlabel Fabsound records met een cataloog met daarin toch niet de minste namen als Willie Dixon, Tom Waits, Portishead, Beck en Serge Gainsbourg. In 2005 bracht hij met I didn't choose the mood een eerste cd uit en via ITunes belandde zijn "Orgasmic Blues" in 2006 op een verzamelaar met erotisch getinte nummers die onder de naam "Heavy Breathing Vol.1 Bite It" werd uitgebracht in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Nu is met Incursions Ostentatoires zijn tweede geesteskind in de handel. Van der Stappen probeert de blues de 21e eeuw binnen te loodsen door het traditionele genre te combineren met enerzijds het geluid van een Hammondorgel en anderzijds met het werk van een hiphopdj, in casu DJ Aaron Judlowe. Deze twee gegevens, gekoppeld aan de hese stem van Van der Stappen (fervent roker en koffiedrinker) geven de cd een heel eigen geluid. Zelf vergelijkt hij zijn stem met die van Serge Gainsbourg, maar wat ons betreft komt Tony Joe White toch ook af en toe eens flink om de hoek loeren. Wat er ook van weze, aan zingen komt Fabien Van der Stappen eerder zelden toe, meestal vertelt hij zijn verhaal in een soort van parlando. Qua taal bedient hij zich zowat half om half van het Frans en het (in zijn geval nog steeds wat apart) Engels. Zoals dat wel meer gaat met dingen die typisch of "apart" klinken is er hier ook al snel sprake van "herkenning" en is het effect "verrassing" niet altijd aanwezig. Uitzondering op die regel is "African Roots Blues" waarin hij de stemmen van Ethiopische herders verwerkt. Dat geluid kreeg hij te pakken via zijn broer die in het Afrikamuseum van Tervuren werkt. Het titelnummer Incursions Ostentatoires, That Kind of Voodoo en het laatste nummer Orgasmic Blues Part II zijn wat ons betreft de beste drie nummers van de cd. Zijn heel eigen aanpak van de blues heeft Fabien Van der Stappen tot hiertoe nog geen al te grote aanhang bezorgd, dat geeft hij zelf ook toe in een interview dat we met hem lazen. Als zijn website regelmatig wordt bijgehouden, en dus correct is, heeft hij over heel 2009 vijf optredens gehad: twee in Brussel, twee in Wallonie en n in Chicago. Voor dit jaar staat er voorlopig nog niets ingepland. Toch loont het de moeite om dit schijfje een paar maal te beluisteren als het toevallig jouw pad kruist al was het maar om te weten te komen op welke manier sommige mensen de blues nieuwe wegen willen doen inslaan. Of die wegen ook ergens naartoe leiden zal de toekomst uitwijzen. ROLA

Something different that is worth a listen 
CDBABY.com - Walter Ramperton
This cd is strange.If you like blues but are tired...
This cd is strange.If you like blues but are tired of the same ol' chicago blues try it out.This cd is worth a second listen.At first one might be put off, and snobby pureist might hate it. But if you are open minded there is something here of interest.Best song Intro Blues and I didn't choose the mood
Reviewer:Walter Ramperton
Cd Baby .com

Compilation Heavy Breathing Vol 1 
NORMAL RECORDS Germany
09 | FAB | Orgasmic Blues
Let’s slide into the swampy delta with this frankly phallic tune about a guitar, a bottleneck and one hell of a snakelike female voice. On the other hand, it’s not so clear whether the blues turns the lady on or the lady makes the blues hot. But doing it together is always better than doing it alone. Taken from a record entitled “I Didn’t Choose The Mood”. We don’t know why ...

Voodoo Child Spring - Summer 2006 "Manic Depression" 
VOODOO CHILD Ken Voss
Fab “I didn’t choose the mood (Fabsound records FSR001)
“Manic depression”
Fabien Van der Stappen. Better know to his friends and fans simply as Fab. Of Belgian heritage, Fab relocated to Chicago in 2000 to open his own record studio and record label, working with independent artists and nurturing his own sound.
Musically, Fab’s sound is a fusion of Northern Soul, 60’s British blues with a comtemporary hip-hop underlayment.
Before moving to Chicago, Fab spent 13 years as a sound engineer at the French culturel Center of Brussels. During that time, he absorbed the influences of variety of different artists he worked with- rock, jazz, gospel, hip-hop and blues- all genres penetrating his musicality.
For his debut outing, I didn’t choose the mood is an autobiographical expression of Fab’s personal life.
Using a megaphone and distortion effects, Fab buries his monotonistic reads in an envelope filter that ultimately establishes a personal character.
Manic Depression ( Jimi Hendrix) follows that format, Keyboardist Eitan Berstein leading the way with a northern soul Hammond B-3 arrangement.
Ken Voss VOODOO CHILD Spring – Summer 2006

FAB MARNI JAZZ RENDEZ-VOUS 12/9/2009 Brussels Belgium Georges Tonla Briquet AGENDA 04/09-10/09 2009

Derriere l’acronyme Fab se cache le musicien et technicien sonore belge Fabien Van der Stappen. Il a quitte Bruxelles pour Chicago voici neuf ans. C’est en 2005 qu’est sorti son premier album solo, I didn’t choose the mood, sur lequel il a enrichi du country blues traditionnel de sonorite Hammond, d’effets scratching et de deformations de la voix au moyen d’astuces techniques. Comme si Tom Waits, G. Love, Serge Gainsbourg et Tony Joe White s’etaient pintes ensemble dans un bar, quelque part dans un petit village du delta du Mississippi, avant de se plonger dans le studio. Du blues du XXIe siecle, mais un lien evident avec ses racines. L’album suivant, Incursions Ostentatoires, dans lequel la formule reussie de blues acoustique associee au Hammond et a un chant indolent est encore affinee, vient de sortir. A nouveau une œuvre personnelle, mais cette fois-ci enveloppee dans une atmosphere Voodoo particulierement sombre. Du porch blues a consommer au coucher du soleil, avec une bouteille de bourbon a la main. Fabien se sent comme un poisson dans l’eau a Chicago, mais cela a été (et reste)une dure bataille. « A l’epoque, ici en Belgique, j’avais l’impression que je tournais en rond et que ma musique et ma vie se trouvaient dans une impasse. Je suis parti a Chicago avec ma Gibson 345 sous le bras. J’ai d’abord travaille tout un temps en tant qu’ouvier du batiment et j’ai habite dans un quartier pauvre et sale, dans lequel j’entendais des coups de feu toutes les nuits. Pendant un an environ, j’ai sejourne illegalement au Etats-Unis, jusqu'à ce que je rencontre ma femme Susan. Nous avons maintenant deux enfants et j’ai aussi mon propre petit studio et ma salle de repetition. Comme je voulais approfondir le gospel, j’ai chante pendant deux ans dans la chorale de la Baptist Church of Living Faith, ici a Chicago. Je travaille en outre en tant que musicotherapeute avec des enfants autistes et des adultes souffrant d’ADD ou de depressions et symptomes apparentes. Et, bien sur, il y a encore ma propre carriere. Ce n’est pas facile, mais Chicago est une ville fantastique ! »

FRANCIS RATEAU ,President du COLLECTIF des RADIOS BLUES (CRB).FRANCE

"Je découvre FAB, belge américain, dont la musique s'échappe des 
frontières sonores en mélangeant subtilement et avec talent, le blues, 
le jazz, le hip hop.
Fab sort un nouvel album, au nom sibyllin, 'Incursions Ostentatoires' 

 

BACK TO THE ROOTS January 2010 Belgium

door Georges Tonla Briquet

In een wereld waar winstcijfers en crisisterminologie bepalend zijn, wordt het steeds moeilijker voor wie origineel uit de hoek wil komen. Dat geldt zeker in de blues. Maar ze zijn er, muzikanten die niet slaafs beantwoorden aan het cliché van de bluesrocker of de oude, zwarte, vergeten artiest uit de Mississippidelta. Zo kwamen we recent in contact met Fabien Van der Stappen, artiestennaam FAB.

Tien jaar geleden ruilde Fabien Brussel in voor Chicago. In 2005 verscheen zijn eerste soloplaat ‘I Didn’t Choose The Mood’ waarop hij traditionele countryblues verrijkte met Hammondklanken, scratching-effecten en stemvervormingen allerlei. Alsof Tom Waits, G. Love, Serge Gainsbourg en Tony Joe White zich samen te pletter zopen in een bar ergens in een godvergeten dorpje van de Mississippidelta en dan de studio indoken. Blues van de 21ste eeuw maar met een duidelijke link naar de roots. Recent verscheen de opvolger ‘Incursions Ostentatoires’. De geslaagde formule van akoestische blues, gekoppeld aan Hammond en lome zang werd verder verfijnd. Opnieuw allemaal eigen werk maar deze keer gehuld in een extra donker voodoosfeertje. Hedendaagse porchblues om te consumeren bij zonsondergang met een fles bourbon bij de hand.

Fabien was begin september terug in ons land voor een aantal optredens. We ontmoetten hem in een stijlvol etablissement aan de rand van Brussel, waar hij vroeger woonde. Een gesprek over gospel, de voordelen en de gevaren van het leven in Chicago, Serge Gainsbourg, autisme en de toekomst van de blues...

Op zoek naar vernieuwing

Waarom verliet je België destijds?
Ik was al jaren geluidstechnicus bij de Botanique (concertzaal in Brussel, gtb) en kwam op een punt dat ik het gevoel had dat ik met mijn muziek en mijn leven vastzat in een doodlopend straatje. Met mijn Gibson 345 Stereo onder de arm en enkele kleren trok ik via Louisiana naar Chicago. Als bouwvakker verdiende ik voor een Poolse firma vijf dollar per uur. Van hun taaltje verstond ik natuurlijk geen woord (lacht). Ik leefde in een smerige achterbuurt waar je elke nacht geweerschoten hoorde. Regelmatig dook ik onder mijn bed uit schrik voor verdwaalde kogels. Maar de kamer die ik huurde was goedkoop (grijnslacht). Gedurende een jaar verbleef ik zo illegaal in de Verenigde Staten tot ik mijn vrouw Susan ontmoette. Ondertussen hebben we twee kinderen, Jade and Benji.

Toen ik in Chicago aankwam, wilde ik mij per sé verdiepen in de wereld van de gospel. Gedurende twee jaar zong ik in het koor van de Baptist Church of Living Faith in Zuid-Chicago. Het was trouwens de priester van die kerk, Milton Shelby, die ons huwelijk bezegelde in de jazzclub Hot House waar ik toen werkte. Ondertussen heb ik mijn eigen opnamestudio en repeteerlokaal (www.fabsound.info) die ik niet alleen voor eigen doeleinden gebruik. Ik werk namelijk ook als geluidstherapeut met autistische kinderen en met volwassenen die lijden aan ADD of depressies en aanverwante verschijnselen. Je kan hierover meer vernemen via www.chicagosoundtherapy.com. Wat me enorm aantrekt in Chicago, is het weer. Hier heb je nog echte seizoenen met fantastische zomers.

Was je indertijd uitgekeken op de Belgische bluesscene?
Ik liep al zeker twintig jaar rond met het idee om deltablues te koppelen aan dj-effecten. Muziek spelen deed ik toen nog niet echt maar ik wist wel wat ik ooit wilde doen. Het was net als met een lekker stoofpotje dat je eerst een hele tijd moet laten sudderen. Ik volgde wat gitaarlessen bij Marc Lelangue en Patrick Deltenre maar ik ben hoofdzakelijk een autodidact. Een gitaarvirtuoos ben ik nog steeds niet, maar ik durf te zeggen dat ik wel weet hoe ik een nummer moet schrijven. Marc is nog steeds een zeer goede vriend en ik ben hem er zeer dankbaar voor dat hij mij de wereld van de blues hielp ontdekken.

Waarom koos je voor Chicago? In je muziek hoor ik meer invloeden van Louisiana en New Orleans. Creedence Clearwater Revival en Tony Joe White lijken toch wel belangrijke inspiratiebronnen.
Chicago ligt in het midden van de USA, wat heel praktisch is als je met een groep wil gaan toeren. Het is er ook niet zo duur als in New York of aan de west- en oostkust. Je kan hier werkelijk leven van je muziek als je hard genoeg werkt. Het klopt wel dat mijn muziek meer beïnvloed is door de deltablues en een bepaald swampgeluid. Dat is ook waar ik jaren naar heb geluisterd. Ik hou ook enorm veel van de atmosfeer die je terugvindt in de platen uit de jaren dertig en veertig. De meeste van die artiesten zongen ooit wel in een koor toen ze jong waren, nog voor ze de wijde wereld introkken om hun bluesboodschap te verspreiden. Daarom ging ik ook een paar jaren in de leer bij een afro-amerikaans koor. Op die manier kom je echt nader tot de origine van de blues.

De blues in Chicago

Treed je regelmatig op in de lokale clubs van Chicago?
Ik heb reeds enkele keren gespeeld in de Northside maar wil in de toekomst ook optreden in de Southside en de Westside.

Je woont nu toch al een aantal jaren Chicago. Is er veel veranderd?
Je moet weten dat de blues in Chicago een sterke troef is om toeristen te lokken en daarmee is al veel gezegd. Mijn favoriete club is Rosa’s Lounge, buiten het circuit van de grote commerciële clubs.

Is er dan geen 'underground-scene'?
Zeker, maar vooral in de gevaarlijke buurten. Er is racisme tussen blank en zwart maar ook omgekeerd. De getto’s zijn echt gevaarlijk. Toen ik gospel zong bij de Baptist Church of Living Faith was dat in zo een buurt. Mijn banden werden eens kapot gestoken, gewoon omdat ik blank was. Verschillende malen kon ik mij uit een benarde situatie redden met mijn accent. Ze hoorden dat ik geen Amerikaan was maar een buitenlander. Rechtover mijn huis gebeuren regelmatig aanhoudingen met het wapen in de aanslag. Daar is Brussel niets tegen. Ginder haalt iedereen direct een wapen boven. Een dergelijke situatie geeft wel energie om te overleven. Dat had ik zo niet in België, 'that survival feeling'.

Jouw aanpak van de blues is allerminst traditioneel. Hoe reageert men ginder?
Eerlijk gezegd vind ik niet veel weerklank met mijn muziek. Wel ontmoet ik mensen van wie ik enorm veel opsteek over country- en deltablues. Ik hang ook regelmatig rond in de clubs waar ze dergelijke blues spelen, gewoon om de sfeer op te snuiven. Chicagoblues zelf klinkt al vlug heel vervelend. Iedereen speelt hier zowat dezelfde nummers in dezelfde stijl. Daarom verkoos ik een moderne aanpak. Mijn bedoeling is om iets nieuws toe te voegen zonder de traditie te verloochenen. Toen ik in de Botanique werkte, hoorde ik daar veel hiphop. Mijn betrachting was om die beats te combineren met deltablues. Voor mijn eerste cd was het echt puzzelen. Alles werd een voor een opgenomen: bas, toetsen, gitaar, zang, dj-effecten… Ik wist echt niet op voorhand wat het zou worden. Met de tweede cd had ik al beter afgelijnde ideeën. De commentaar op de website CD Baby is wel erg positief. Het is zo dat ik niet onmiddellijk een groep heb opgericht om te toeren. Ik zocht eerst nog wat extra materiaal. Dat is er nu onder de vorm van de nieuwe cd. Ondertussen heb ik wel een aantal muzikanten met wie ik de baan op wil.

Welke zijn de ontmoetingen of ervaringen die je het meest bijblijven?
Gedurende vele jaren werkte ik als geluidsman in Rosa’s Lounge, de beste bluesclub in Chicago. Daar ontmoette ik Lurrie Bell en zijn vrouw die recent overleed aan leukemie. Anderen waar ik zeer goede herinneringen aan overhoud, zijn Billy Branch en ook Sugar Blue, wiens toenmalige vrouw een Franse was, zodat ik regelmatig wat Frans kon spreken. Pinetop Perkins heb ik ook ontmoet toen hij hier optrad in Rosa’s Lounge. Ik heb eveneens in de Hot House gewerkt als geluidstechnicus waar ik in contact kwam met o.a. Robert Lockwood Jr. In mijn repetitielokaal maakte ik kennis met de Zwitserse harpist Chris Harper. Hij speelt mee op een nummer van mijn nieuwe cd.

De vele gezichten van de blues

Je staat ook op de compilatie ‘Bite It’, uitgebracht op een Duits label. Hoe kom je daar terecht?
Ze ontdekten mijn muziek via iTunes. Het idee was om een verzameling uit te brengen met seksgeoriënteerde nummers. Zo belandde mijn ‘Orgasmic Blues’ uiteindelijk op een Duitse compilatie. Met heel goede reacties trouwens.

Van waar je idee om de verzamel-cd ‘Fabsound Records Fights Autism’ uit te brengen?
Bij mijn zoon werd een vorm van autisme vastgesteld toen hij twee jaar was. Vandaar de rechtstreekse link. Ik wilde verschillende genres bij elkaar brengen, dus niet alleen blues. Onder diegenen die meewerkten, zitten Liquid Soul, Urban Twang en Lurrie Bell die een akoestisch nummer opnam in mijn studio. De meeste van deze artiesten kende ik doordat ze reeds bij mij repeteerden of opnamen. Het is de bedoeling dat er volgend jaar een tweede deel uitkomt. Mijn vrouw en ik richtten ook een vzw op om ouders met autistische kinderen financieel te kunnen helpen. Je verneemt er meer over via www.fabsoundfightsautism.com. We organiseren allerlei evenementen en concerten .Zelf betalen we jaarlijks zo een 70.000 $ aan kosten voor onze zoon. Tot voor Obama’s verkiezing trok je hiervan geen cent terug.

Laten we het even hebben over je eigen werk. In het nummer 'African Roots Blues' staat een sample met stemmen van Ethiopische herders. Was je zelf ooit in Afrika?
In mijn kinderjaren gingen we regelmatig op familiebezoek in Congo. Mijn grootvader werkte in Kinshasa. Soms verbleef ik er zes maanden. Ik hield er mooie maar ook verwarrende herinneringen aan over. De sample op dat nummer komt van mijn broer Xavier Van der Stappen die in de jaren negentig meewerkte aan een tentoonstelling in het Museum Voor Afrika in Tervuren.

Van waar de link met 'Russ Burgess Method developing your esp powers' in het nummer 'ESP'?
Ik hou van het idee achter ESP (Extra Sensorial Perception) omdat het een niet-alledaags gegeven is. Met The Smiles, mijn vroegere rockgroep, speelden we trouwens al een nummer met de titel 'ESP'. Dat was een cover van een sixties-garagegroep. Ik had gewoon zin om dat idee verder uit te werken. Russ Burgess is er ondertussen mee gestopt maar in de jaren zeventig werd ESP nog steeds als volksverlakkerij beschouwd. Het was dj. Aaron Judlowe die deze sample op de kop tikte. Het is een extra middel om niet steeds dezelfde cliché-onderwerpen te moeten gebruiken in de blues.

Toch wordt blues bij jou vereenzelvigd met het cliché van een triestig gevoel als we naar het nummer 'Bad Taste Of Blues' luisteren.
Akkoord, maar dat is slechts één aspect. Net zoals de meeste bluesartiesten zorg ik tevens voor de nodige humor. Je moet de teksten meestal relativeren. Zoals 'Sweep My Blues' op mijn eerste cd. Ik voeg daar dan nog een schepje Belgische surrealistische humor aan toe (lacht). Daarom hou ik zo van artiesten als Louisiana Red, Bukka White, Cat Iron, Son House en natuurlijk Robert Johnson. Vooral ook om hun slidetechniek natuurlijk. Ik wil nog even verder ingaan op je opmerking. De titel van mijn eerste cd 'I Didn't Choose The Mood' is niet toevallig. Het is een gevoelsverklaring. De 'mood' is de blues maar dat kan zowel grappig, plezierig als deprimerend zijn. In de meeste clubs in Chicago is blues synoniem voor dansmuziek maar zoals bij alles zijn er telkens twee kanten en gaat het er ook al eens minder prettig aan toe.

Koffie en sigaretten lijken onontbeerlijk voor jou. Vandaar ook je zangstijl á la Serge Gainsbourg?
Ik moet toegeven dat ik een verstokt roker en koffiedrinker ben. Gainsbourg bewonder ik omdat hij zoveel verschillende dingen heeft gedaan, van jazz tot reggae en disco. Zijn provocerende kant trekt me wel aan. Hij was zeer direct. Je kan echter niet ontkennen dat de man een meester was met taal; een puur genie op dat gebied.

Op de hoes van je nieuwe cd 'Incursions Ostentatoires' staan beelden van de Gilles van Binche...
Ik ben een echte Brusselaar maar als goede Belg trok ik indertijd op verkenning in zowel Vlaanderen als Wallonië. Het carnaval van Binche blijft nog altijd een van mijn favoriete folkloristische evenementen. Tot's morgens vroeg op stap gaan met die mannen... En dan de basklank van de 'marching drums'. In mijn groep in Chicago gebruiken we een 32 inch basdrum. In België een 26 inch basdrum. Ik hou van die lage klanken. Tijdens het carnaval in Binche is dat echt een heel fysische ervaring.

Hoe kom je aan de muzikanten die meespelen op je nieuwe cd?
Aaron Judlowe was op zoek naar werk als technicus. Zo belandde hij in mijn studio. Toen ik ontdekte dat hij ook dj. was en ik hem vertelde over mijn ideeën klikte het meteen. Bassist Matt Fisher ontmoette ik toevallig op straat. Hij stond te wachten op de bus. Ik gaf hem mijn telefoonnummer en sinds 2002 zijn we in contact met elkaar. Je hoort hem zowel op mijn eerste als mijn tweede plaat. Aaron Mitter leerde ik kennen via internet. Hij speelt slechts mee op een nummer, 'ESP'. De kennismaking met drummer Frank Palermo verliep via een demo die hij kwam opnemen in mijn studio. Hij is vooral bekend in jazzmiddens. Harmonicaspeler Chris Harper repeteert regelmatig bij mij, zowat hetzelfde verhaal dus. Noel Brass Jr en Max Getzell ontmoette ik eveneens op die manier.

Wat is jouw kijk op de toekomst van de blues?
Afwachten, maar ik hoop van harte dat er evolutie komt mét respect voor de traditie. Dat is wat ik zelf ook probeer. Er moeten ook altijd enkele onvoorziene elementen inzitten en humor natuurlijk.

 

FIND US ON:   SONICBIDS   TWITTER
® FAB 2009 | PHOTOS BY STANISLAS HUAUX